Posts tonen met het label sabbatical. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sabbatical. Alle posts tonen

dinsdag 6 april 2021

jubeljaar

Jahwe sprak tot Mozes op de Sina...

"Zeg aan de Israëlieten: 

Wanneer gij in het land komt dat Ik u schenk, moet het land sabbat houden ter ere van Jahwe. 

Zes jaar kunt ge uw akkers inzaaien, zes jaar kunt ge uw wijngaarden snoeien en de oogst binnenhalen, maar in het zevende jaar zal het grote sabbat zijn voor het land. Dan moogt gij uw akker niet inzaaien, uw wijngaard niet snoeien, de nagroei van het vorige gewas niet oogsten, en de druiven van uw ongesnoeide wijngaard niet plukken. Het land zal een heel jaar sabbat houden. 

Wat het land tijdens de sabbat uit zichzelf voortbrengt zal voldoende zijn om uw slaaf en slavin, de dagloners en de buitenlanders, die bij u wonen, te voeden. Ook uw vee en de andere dieren in uw land zullen daarvan kunnen eten." 




"Na verloop van zeven sabbatjaren... 

- dus 7x zeven jaar, tezamen negenenveertig jaar - 

moet gij op de Dag van Verzoening, de tiende dag van de zevende maand (sept-ember)... 

luid de bazuin laten klinken. In heel uw land moet gij de bazuin laten schallen.  

Dat vijftigste jaar moet een heilig jaar voor u zijn. 

Dan moet ge in het land afkondigen dat alle bewoners hun slaven vrijlaten. 

Iedereen wordt hersteld in zijn vroegere bezit, en keert terug naar zijn familie.  

Het vijftigste jaar moet een heilig jaar, een jobeljaar voor u zijn. Ge moogt dan niet zaaien, de nagroei niet oogsten en de druiven van uw ongesnoeide wijngaard niet plukken, want het is het jobeljaar - dat moet heilig voor u zijn. Alleen wat het land uit zichzelf voortbrengt, moogt ge eten. 

In het jobeljaar zal iedereen in zijn vroegere bezit worden hersteld. Wanneer gij een stuk grond verkoopt aan een volksgenoot of grond van hem koopt, moogt ge elkaar niet benadelen. Koopt gij grond van een volksgenoot, dan moet ge bij het vaststellen van de prijs rekening houden met het aantal jaren sinds het laatste jobeljaar. En hij moet de verkoopprijs berekenen naar het aantal jaren, dat het nog oogst opbrengt. De prijs zal hoger zijn, als er nog veel jaren komen, en lager, als er weinig jaren moeten verstrijken, want hij verkoopt u een aantal oogstjaren. Benadeel uw volksgenoot niet; heb eerbied voor uw God. Ik ben Jahwe uw God.

-

Volbreng mijn geboden en onderhoud mijn wetten. 

Dan zult gij ongestoord wonen in het land. 

Het land zal rijke vrucht opbrengen, zodat gij volop te eten hebt; ongestoord zult gij er wonen. En denkt ge soms: `Wat moeten wij in het zevende jaar eten, als we niet zaaien en geen oogst binnenhalen?', wees er dan van verzekerd, dat Ik u in het zesde jaar zo zal zegenen, dat de oogst voor drie jaar genoeg zal zijn. Als ge het achtste jaar zaait, zult ge nog steeds eten van de oude oogst. En ge zult daar nog van eten, als ge de oogst van het negende jaar binnenhaalt."  


[Lev.25]

sabbatjaar 3

Toen riep Mozes Jozua... 

en in tegenwoordigheid van heel Israël zei hij tot hem: 

`Wees sterk en vol moed! U zult dit volk in het land brengen, dat Jahwe aan hun vaderen onder ede beloofd heeft: u zult hun dat land in bezit geven. Jahwe gaat voor u uit, Hij zal met u zijn: Hij geeft u niet prijs en laat u niet in de steek. Wees dus niet bang of bevreesd.' 

-

Daarna stelde Mozes deze wet op schrift... 

en overhandigde die aan de levitische priesters, die de Ark van het verbond van Jahwe dragen, 

en aan alle oudsten van Israël.  

En Mozes beval hun: 

`Op het loofhuttenfeest van ieder zevende jaar, het jaar dat voor de kwijtschelding is aangewezen, wanneer Israël voor Jahwe verschijnt, op de plaats die Hij uitkiest, moet gij deze wet in het bijzijn van heel Israël voorlezen.  

Roep dan het volk bijeen, de mannen, de vrouwen, de kinderen en de vreemdelingen in uw steden. Zij moeten luisteren en Jahwe uw God leren vrezen, zodat zij al de bepalingen van deze wet nauwgezet volbrengen. Ook hun kinderen die er nog geen weet van hebben, moeten luisteren en Jahwe uw God leren vrezen, zolang gij leeft op de grond, die ge na de overtocht van de Jordaan in bezit gaat nemen.'


[Deut.31:10-13

sabbatjaar 2

Om de zeven jaar moet gij een kwijtschelding houden. 

Bij deze kwijtschelding gaat het als volgt: Ieder die iets aan zijn naaste heeft geleend, moet hem die schuld kwijtschelden. Hij mag zijn naaste of broeder niet tot betaling dwingen, omdat er een kwijtschelding ter ere van Jahwe is uitgeroepen. 

Een buitenlander moogt ge tot betaling dwingen, maar wat uw broeder voor u heeft, moet ge hem kwijtschelden. 

-

Er zullen bij u trouwens geen/nauwelijks armen zijn, want Jahwe uw God zal u overvloedig zegenen in het land dat Hij u in eigendom geeft, als ge tenminste gehoor geeft aan wat Jahwe uw God zegt, en al de geboden nauwgezet volbrengt die ik u heden opleg. De zegen van Jahwe uw God zal op u rusten, zoals Hij beloofd heeft. 

Gij zult aan veel volken leningen verstrekken, maar zelf niets behoeven te lenen. Gij zult over veel volken heersen, maar zij zullen niet heersen over u. 

-

Is in een of andere stad van het land, dat Jahwe uw God u schenkt, een van uw broeders tot armoede vervallen, dan moet ge niet hard zijn voor uw arme broeder en uw beurs niet voor hem dichthouden. Ge moet die integendeel wijd opendoen en hem alles lenen wat hij tekort komt.  

En laat bij u niet de lage gedachte opkomen, dat het zevende jaar, het jaar van de kwijtschelding, nabij is, zodat ge geen medelijden toont met uw arme broeder en hem niets leent. Want beroept hij zich tegen u op Jahwe, dan wordt gij schuldig bevonden.  Geef met milde hand en met een blij gemoed. 

Als gij dat doet, zal op al het werk dat gij onderneemt de zegen rusten van Jahwe uw God. Armen zullen er altijd blijven in het land. Juist daarom gebied ik u: doe uw beurs wijd open voor uw behoeftige en arme landgenoot.  

-

Wanneer uw broeder, een Hebreeuwse man of vrouw, zich als slaaf aan u verkoopt, moet hij u zes jaar dienen, maar het zevende jaar moet ge hem vrij laten heengaan.  

En bij de vrijlating moogt gij hem niet met lege handen laten heengaan. Ge moet hem geschenken meegeven van uw schapen, uw dorsvloer en uw perskuip, naargelang Jahwe uw God u heeft gezegend. 

Bedenk dat gij zelf slaaf zijt geweest in Egypte en dat Jahwe uw God u verlost heeft. Daarom geef ik u vandaag dit gebod.  

Zegt hij echter: `Ik wil bij u niet weg,' omdat hij van u en van uw familie is gaan houden en omdat hij het goed bij u had, dan moet gij zijn oor met een priem aan de deur steken en zal hij voor altijd uw slaaf zijn. Voor uw slavin geldt hetzelfde.  

Het mag u niet hard vallen hem vrij te laten: zes jaar heeft hij het dubbele loon van een dagloner voor u verdiend en de zegen van Jahwe uw God zal daardoor rusten op alles wat gij doet.

-  

Iedere mannelijke eerstgeborene van uw runderen en uw schapen moet gij toewijden aan Jahwe uw God. Gij moogt met het eerstgeborene van uw runderen geen arbeid verrichten en het eerstgeborene van uw schapen niet scheren.  

Gij moet deze dieren ieder jaar met uw familie eten bij Jahwe, op de plaats die Hij uitkiest. Als een dier een ernstig gebrek heeft, als het kreupel of blind is of iets van dien aard, moogt gij het niet als slachtoffer aan Jahwe uw God opdragen. 

Dan kunt gij er thuis van eten, of gij rein zijt of niet, net als bij een hert of een gazel. Alleen het bloed moogt ge niet eten. Dat moet gij als water weg laten lopen.


[Deut.15]

sabbatjaar 1

Gedurende zes jaar kunt gij uw land bewerken, 

en de opbrengst oogsten.  

Maar tijdens het zevende jaar moet gij het niet bewerken

en het braak laten liggen. 

Dan kunnen de behoeftigen van uw volk er van eten. 

Wat zij overlaten is voor de dieren die in het wild leven. 


'iedereen mag plukken!'


Hetzelfde geldt ook voor uw wijngaard 

en uw olijftuin.  

Zes dagen kunt gij werken 

maar op de zevende dag moet ge uw werk laten liggen. 

Dan kunnen ook uw rund en uw ezel rusten, 

en kunnen de zoon van uw slavin 

en de vreemdeling op adem komen. 


[Ex.23:10-12]