`Het water onder de hemel...
moet naar een plaats samenvloeien...
zodat het droge zichtbaar wordt.'
Zo gebeurde het.
Het droge noemde God 'land'.
En het samengevloeide water noemde Hij 'zee'.
En God zag dat het goed was.
[Dat het mooi was...]
God sprak...
'Het land moet zich tooien...
met jong groen gras... zaadvormend gewas...
en vruchtbomen die ieder naar z'n soort hun vruchten dragen, met zaad erin.'
Zo gebeurde het.
En uit het land schoot jong groen op, gras...
zaadvormend gewas, in allerlei soorten...
en bomen die ieder naar zijn soort hun vruchten droegen, met zaad erin.
En God zag dat het goed was.
Het werd avond.
En het werd ochtend.
Dat was de derde dag.
[gen.1:9-13]




Geen opmerkingen:
Een reactie posten