`Er moeten lichten zijn aan het hemelgewelf
die de dag van de nacht zullen scheiden.
Zij moeten als tekens dienen
zowel voor de feesten, als voor de dagen en de jaren.
En tevens als lampen aan het hemelgewelf
om de aarde te verlichten.'
Zo gebeurde het.
God maakte de twee grote lampen - de grootste om over de dag te heersen, de kleinste om te heersen over de nacht - en Hij maakte ook de sterren.
God gaf ze een plaats aan het hemelgewelf om de aarde te verlichten, om te heersen over de dag en over de nacht, en om het licht en de duisternis uiteen te houden.
En God zag dat het mooi was.
Het werd avond en het werd ochtend.
Dat was de vierde dag.
[gen.1:14-19]

Geen opmerkingen:
Een reactie posten